Dynamisch Kustbeheer

Deltaproof

Rijkswaterstaat

Stowa

Voorbeelden van monitoring

Op dit moment worden er op verschillende manieren gegevens verzameld, die relevant zijn voor het volgen van dynamisch kustbeheer:

Landelijk
Landelijk worden er jaarlijks gegevens verzameld, zoals JARKUS raaien (JAarlijkse KUStmetingen door Rijkswaterstaat). Bovendien worden er gebiedsdekkende hoogtegegevens verzameld met laseraltimetrie (vanuit vliegtuigen met behulp van laser). Deze gegevens zijn voldoende om vragen over zandvolumes te beantwoorden. Deze data zijn beschikbaar via het Algemeen Hoogtebestand (AHN2) en de waterkeringbeheerders hebben deze gegevens ter beschikking. De resolutie in plaats en hoogte is geschikt om zandvolumes vast te stellen en wordt steeds beter. Om uit deze gegevens volumes te berekenen, is GIS nodig. Daarmee kunnen voor een specifiek gebied kaarten worden gemaakt die aangeven hoeveel zand er per jaar bij is gekomen of weg is gewaaid. Ook het vergelijken van JARKUS raaien kan hierover informatie opleveren.

Regionaal
De water- en hoogheemraadschappen hebben op diverse locaties monitoringprojecten lopen. Voorbeelden hiervan zijn:

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier:

  • De Slufter op Texel: het ontstaan van nieuwe duintjes in de sluftermonding;
  • Castricum: het effect van de onderlinge afstand van jaarrond paviljoens op duingroei en helmkwaliteit;
  • Wijk aan Zee: het effect van een hoog paviljoen op duingroei en helmkwaliteit.

 

Hoogheemraadschap Rijnland:

  • Velsen/Bloemendaal: de effecten van nieuw te graven doorgravingen op duinvorming en doorstuiving naar het achterland;
  • Kerven bij Noordwijk en Zandvoort en stuifkuil Meijendel/Wassenaar: idem.

 

Waterschap Scheldestromen:

  • Zeeuws-Vlaanderen: de ontwikkeling van paraboolduintjes die in januari 2011 zijn aangelegd in het kader van het project Zwakke schakels;
  • Zeeuws-Vlaanderen: de ontwikkeling van de erosieberm Kruishoofd, aangelegd in januari 2010 in het kader van het project Zwakke schakels. Het strand en de vooroever worden gemonitord in het kader van het project, de duinen worden alleen visueel geïnspecteerd.

 

Daarnaast worden ook grote zandsuppleties gemonitord, zoals op Ameland en de Duincompensatie en de Zandmotor voor de Delflandse kust.

De STOWA gaat in samenwerking met waterschappen een aantal gebieden monitoren. Deze gegevens moeten inzicht geven in de effecten van objecten op de duingroei, in het effect van stuifkuilen op het achterliggende duin en in de meegroeicapaciteit van duinvalleien. Momenteel zoekt STOWA uit welke monitoringsmethode hiervoor geschikt is.