Dynamisch Kustbeheer

Deltaproof

Rijkswaterstaat

Stowa

Maatregelen

Welke maatregelen leiden tot meer dynamiek, verschilt van plek tot plek. Soms volstaat 'niets doen' en veranderen de zeereep en soms ook de achterliggende duinen al snel van karakter. 

Op andere plaatsen echter blijft bij 'niets doen' de stabiele, dichtbegroeide zeereep langdurig in tact. Het jarenlange beheer, de vorm van de zeereep en het type zand spelen daarbij waarschijnlijk een rol.

Voorbeelden van maatregelen zijn±

aanspoelsels

Het laten liggen van vloedmerken op het strand
Vloedmerken zijn aanspoelsels vanuit zee, bestaande uit een mengsel van losgeraakt wier, vogelveren, schelpen, etc. Deze aanspoelsels worden vaak verwijderd, met name in het toeristenseizoen en bij kustplaatsen. Daarmee verdwijnt echter ook een belangrijk aanknopingspunt voor embryonale duinvorming. De vloedmerken zijn bovendien een habitat en voedselbron voor diverse diersoorten, waaronder vlokreeften en strandvlooien, maar ook vogels zoals Sneeuwgors, Strandleeuwerik en Frater. Daarnaast vormen ze een vestigingsbasis voor pioniervegetaties.

Met de auto op het strand rijden zoveel mogelijk bepereken
Het berijden van het strand kan de vorming van embryonale duinen belemmeren;

Het extensiveren van het zeereepbeheer
Dit betekent meestal: geen stuifschermen plaatsen en geen helm aanplanten en de ontwikkeling van stuifkuilen of kerven toestaan (tot een vooraf vastgelegde grens). 

Het verwijderen van zeereepvegetatie
Ondanks extensivering van het beheer kunnen stabiele zeerepen hun karakter vaak langdurig behouden. Dit hangt waarschijnlijk samen met het al dan niet optreden van zware stormen. In dat geval kan de gewenste ontwikkeling op gang gebracht worden met gerichte ingrepen zoals het verwijderen van vegetatie.

Beperken van obstakels voor de duinvoet
Obstakels zoals strandhuisjes en paviljoens hebben een negatieve invloed op het ontstaan van embryonale duinen.